Tot 6 maanden voelt je kind zich één geheel met zijn papa of mama. Na 6 maanden ontdekt hij dat hij een zelfstandig mens is. Hij merkt dat mama of papa even weg kan gaan. Dat is soms moeilijk. Want hij weet nog niet dat jij altijd weer terugkomt. En hij kan éénkennig worden; hij ziet heel goed wie vreemd is en wie vertrouwd is.
Maak er een spelletje van: ga even de kamer uit en steek dan je hoofd om de hoek van de deur. Kiekeboe! Je bent dan weg en snel weer terug. Of verstop je hoofd onder een doekje en trek het weg. Doe dit om de beurt al hij wat groter is. Zo leert je baby dat je niet helemaal weg bent als hij je niet meer ziet. Laat ook vaak je stem horen als je baby je niet kan zien. Dan weet hij dat je er toch bent.
Je kind luistert steeds beter naar het praten van mensen. En hij oefent zelf. Heel bewust zegt hij nu "ba ba ba" en "da da da". Praat dus veel tegen je kind. Hij vindt dat leuk en hij leert ervan! Vertel bijvoorbeeld wat je aan het doen bent. Maak je een hapje klaar? Zeg dan: "Kijk, mama maakt een lekker fruithapje voor jou."
Je kind leert zitten en kruipen. En hij trekt zich op om te gaan staan. Dat zijn belangrijke nieuwe dingen. Hij ziet de wereld nu heel anders. Als kleine baby lag hij steeds op zijn rug. Nu ziet hij dus steeds meer. En hij heeft zijn mama en papa niet meer bij alles nodig. Hij kan zelf vooruit komen.
Om te gaan staan, trekt je kind zich ergens aan op. Aan de bank, aan de tafel, of aan de spijlen van de box. Denk erom dat hij nu overal bij kan!
- Haal alles weg waar je kind zich pijn aan kan doen, bijvoorbeeld: hete koffie, een vaas met bloemen of wijnflessen. Pas op met tafelkleedjes.
- Leer je kind dat hij niet overal aan mag komen.
- Zet de bodem van de box op de laagste stand.
- Schuif de box verder weg van de vensterbank, planten en de verwarming.
Grappig: je kind kan nu wel staan, maar gaan zitten moet hij nog leren. Blijf dus bij hem in de buurt. Dan kun je hem opvangen als hij valt.