Als je kind nog thuis woont, dan zie je dat hij verandert. Woont je kind niet meer thuis? Dan is het lastiger om te merken of je kind depressief is.
- Je kind zoekt geen contact met je.
- Hij kijkt je bijna niet aan als jullie praten.
- Je kind vertelt niets over zichzelf. Hij geeft ook geen antwoord als je wat vraagt.
- Dingen die hij eerst leuk vond, vindt hij nu niet meer leuk.
- Hij maakt weinig afspraken. En gaat (bijna) niet uit.
- Je kind neemt grote risico’s. Het lijkt wel of niets hem kan schelen.
- Hij gaat vaak niet naar zijn werk. Of hij studeert bijna niet meer. Soms weet je dat niet als ouder. Maar vraag je kind er eens naar.