Verslaafd raken gaat ongemerkt. Het begint onschuldig. Maar langzaam wordt je kind steeds afhankelijker van de drugs. En ineens kan hij niet meer zonder.
Zo raakt je kind verslaafd:
- Je kind wil wat proberen. Hij doet dat 1 of 2 keer. Daarna stopt hij. Dit heet ‘sociaal gebruik’.
- Je kind is even ‘van de wereld’ als hij drugs gebruikt. Dat vindt hij een lekker gevoel. Dus gebruikt hij nog een keer. En daarna nog eens. Drugs gebruiken wordt een gewoonte en dan heet het ‘excessief gebruik’.
- Je kind is afhankelijk van een middel (alcohol of drugs). Hij heeft de drugs nodig om zich goed te voelen.
- Je kind denkt dat hij het middel nodig heeft. Hij is geestelijk verslaafd. Als hij geen drugs meer gebruikt, dan krijgt hij lichamelijke klachten. Hij is ook lichamelijk verslaafd.
Jongeren die veel alcohol of drugs gebruiken:
- hebben vaak geldproblemen. Ze proberen op allerlei manieren aan geld te komen. Ze stelen uit je portemonnee. Of uit winkels.
- zijn vaak prikkelbaar. Ze zijn snel boos. Of ze reageren niet als je ze aanspreekt.
- zijn depressief en hebben nergens zin in.
- zweten, gapen of rillen veel.
- veranderen erg. Het kan gebeuren dat je kind ineens agressief wordt.