Als je kind niet zo goed ziet merk je dat vaak als ouder zelf. Of je krijgt het te horen van de schoolarts, het consultatiebureau of de leerkracht. Het is belangrijk dat je kind goed kan zien. Hij presteert dan beter op school en in het verkeer. Of bijvoorbeeld tijdens het sporten.
Als je kind minder goed ziet kun je dat onder andere herkennen aan leerproblemen. Ook met lezen kan je kind moeite hebben. Bijvoorbeeld:
- letters of woorden overslaan;
- lezen beneden leeftijdsniveau;
- veel tijd nodig hebben voor het huiswerk;
- moeite hebben met televisie kijken;
- letters of getallen verdraaien.
Wanneer je kind niet goed kan zien ga je als ouder vaak naar de huisarts of de opticiën. Een opticiën kan bij jonge kinderen (in ieder geval onder de 12 jaar) echter niet goed onderzoek doen. Kinderen horen daarom doorverwezen te worden naar de oogarts. Hiervoor moet de huisarts een verwijzing schrijven. De oogarts kan je eventueel doorverwijzen naar de orthoptist, hij werkt samen met de oogarts in het ziekenhuis.
Bij een uitgebreid oogonderzoek wordt gekeken naar de oogstand. Dit is de samenwerking tussen de ogen en de gezichtsscherpte van je kind. Het kan zijn dat je kind een druppelonderzoek krijgt. Dit kan een opticiën niet doen. De druppeltjes zorgen ervoor dat de pupil verwijd wordt en veroorzaken een wazig beeld. De orthoptist of oogarts onderzoekt of je kind een brilsterkte afwijking heeft. Eventueel kan verder onderzoek nodig zijn.
De meest voorkomende afwijkingen bij kinderen zijn scheelzien, een lui oog of een afwijking van de brilsterkte.
Wanneer blijkt dat je kind niet goed kan zien dan kan hij een bril krijgen, contactlenzen of visuele oefeningen. Visuele oefeningen kunnen helpen bij oogafwijkingen die niet of niet volledig door een bril of contactlenzen alleen kunnen worden gecorrigeerd.
Het gezichtsvermogen kan veranderen zonder dat je kind het merkt. Het is daarom verstandig om ieder jaar de ogen van je kind te testen.