Een kind krijgt zelfvertrouwen als ouders of opvoeders hem liefde en aandacht geven. Zo voelt een kind al heel jong dat hij belangrijk is voor zijn ouders en voor andere mensen die dichtbij staan.
Zelfvertrouwen heeft ook te maken met:
- Het beeld dat een kind van zichzelf heeft. Als je je zeker voelt, helpt dat om beter over jezelf te denken;
- De aard van een kind. Het ene kind voelt zich van nature sterker dan het andere.
Opvoeden is: je kind zoveel leren, waardoor hij een zelfstandig persoon wordt. Een persoon die zelf kan kiezen. Een mens met een eigen mening. Krijgt een puber veel leuke, positieve reacties? Dan krijgt hij een goed beeld over zichzelf. Hij redt zich in verschillende situaties. Verwacht hij teveel van zichzelf? Dan is de kans groot dat zijn verwachtingen niet uitkomen. Daar wordt hij onzeker van. Heeft hij verwachtingen die passen bij wat hij kan? Dan krijgt hij meer zelfvertrouwen.
Een puber denkt vaak extreem. Hij kan heel zeker zijn van zijn kracht. Of er heel zeker van zijn dat hij niets kan en niemand hem leuk vindt. Ook een puber verlangt naar liefde en aandacht van zijn ouders. Ook al lijkt dat soms niet zo. Is een puber onzeker? Dan doet hij vaak hetzelfde als de groep waar hij bij wil horen. Hij kan ook heel erg overdrijven in wat hij zegt of hoe hij zich kleedt.