Er zijn verschillende angststoornissen, namelijk:
- fobie;
- paniekstoornis;
- piekeren.
Fobie
Jongeren met een fobie zijn heel erg bang. Voor bepaalde dingen, dieren of situaties. Ziektevrees is ook een fobie. Jongeren die dit hebben, zijn heel bang om een ziekte te hebben. Als de dokter zegt dat ze gezond zijn, geloven ze het niet. Ze denken dan dat ze een heel zeldzame ziekte hebben.
Sommigen gaan ’s avonds niet graag naar buiten. Maar jongeren met een fobie durven nooit naar buiten. Jongeren met een fobie proberen dat waar ze bang voor zijn, uit de weg te gaan. Dat maakt het leven soms heel moeilijk.
Paniekstoornis
Jongeren met een paniekstoornis kunnen ineens erg in paniek raken. Ze zien het niet aankomen. Het kan overal gebeuren. Bijvoorbeeld in de tram. Of op een feestje. Ze denken dan dat ze flauwvallen of doodgaan. Hun hartslag gaat erg omhoog en daarvan raken ze nóg meer in paniek.
Piekeren
Sommigen piekeren heel erg over dingen. Terwijl dat helemaal niet hoeft. Ze piekeren bijvoorbeeld erg over geld. Of over hun gezondheid. Terwijl ze genoeg geld hebben en gezond zijn. Door al het piekeren kunnen ze soms niet goed werken of lukt studeren niet zo goed.