Heeft je kind last van dwanghandelingen of een angststoornis? Dan beïnvloedt dat zijn hele leven. Soms krijgt hij een paniekaanval. Bijvoorbeeld als hij iets niet kan doen. Of juist als hij iets moet doen.
Zo herken je een angststoornis. Je kind:
- heeft vaak hoofdpijn. Of buikpijn.
- slaapt slecht.
- heeft geen zin in eten.
- kan zich niet goed concentreren.
- is bang om dingen te gaan doen.
- is zenuwachtig. Of prikkelbaar.
Zo herken je een angst- of paniekaanval. Je kind:
- ademt heel snel of hij hijgt.
- heeft het benauwd.
- zegt dat hij pijn op zijn borst heeft.
- zweet.
- is duizelig. Het lijkt of hij gaat flauwvallen.
- trilt of beeft.
- is misselijk. Misschien heeft hij ook diarree.
Zo herken je dwanghandelingen:
- Je kind doet steeds dezelfde dingen. Dat doet hij omdat hij steeds dezelfde dingen denkt.
- Omdat je kind steeds dezelfde dingen denkt, wordt hij onrustig.
- Je kind denkt dat hij sommige dingen ‘moet’ doen. Hij wordt rustig als hij deze dingen doet. Bijvoorbeeld: alle rode auto’s tellen.
Meer informatie
Zoek je hulp bij angststoornissen? Kijk dan op de website van Ipzo.